Niet verrichten van de overeengekomen arbeid ontdekt met gps-tracker

Uit onderzoek met gps-trackers is gebleken dat werknemers tijdens werktijd regelmatig en gedurende langere periodes met hun bedrijfsauto stil hebben gestaan in de omgeving van adressen waar zij geen goederen hoefden af te leveren, maar waar familie en bekenden van werknemers woonden. Door aldus te handelen en door daarover vervolgens jegens werkgever te liegen was volgens de kantonrechter en het hof het geven van een ontslag op staande voet gerechtvaardigd. Werknemers hebben gehandeld in strijd met instructies van de werkgever en zij hebben zich aan het verrichten van de overeengekomen arbeid onttrokken. Het hof oordeelde dat, gelet op de aard en de ernst van de handelwijze de werkgever niet eerst een officiële waarschuwing hoefde te geven. De persoonlijke omstandigheden van werknemer, zoals zijn diensttijd en wijze van functioneren, maakte dat niet anders.

GPS-tracker in dit geval niet onrechtmatig

Het verzamelen van bewijsmateriaal door het plaatsen van gps-trackers in bedrijfsauto’s van werknemers was in dit geval niet onrechtmatig. Geoordeeld werd dat de inbreuk op de privacy van de werknemers door het gebruik van het track-and-trace-systeem van geringe omvang was en niet als onredelijk of te vergaand te beschouwen was. Het systeem geeft slechts informatie over de locatie waar de bedrijfsauto’s van werkgever zich tijdens de werktijd van de werknemers hebben bevonden. Slechts indien sprake is van bijkomende omstandigheden, is uitsluiting van dat bewijs gerechtvaardigd (HR 18 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:942).

De werkgever is bijgestaan door mr. H. Oomen en mr. M.J. Folkeringa.